Butandings in Donsol!

Walvishaaien in DonsolDat de Filipijnen bekend staan om z’n kleurrijke onderwaterwereld, is geen geheim. We hadden dan ook al talloze grote zeesterren van dichtbij bekeken, gezwommen met een schildpad en waren al omringd geweest door scholen bontgekleurde vissen, krabben en slangen. Er is echter één dier wat hier in de omgeving van Donsol in het water leeft en waar we veel voor over hebben om er mee te mogen zwemmen. Een zoogdier, behorende tot de grootste van de onderwaterwereld en toch slechts een planktonetende vriendelijke reus: de walvishaai. Of butanding, zoals ze het in de Filipijnen noemen.

Het zwemmen met een walvishaai heeft al zolang als ik het me kan herinneren boven aan mijn lijstje met ‘must do’ ervaringen gestaan. Dat we nu zo dichtbij zijn maakte me al ons hele verblijf in de Filipijnen nerveus. Zou het er nu eindelijk van komen? Wat als we de boot op gaan en ze zijn niet op te sporen?

Voor de tijd van het jaar (januari) was de kust van Donsol een goede gok om het te proberen. We vlogen van Puerto Princessa via Manilla naar Legaspi. Vanuit Legaspi met een minibus naar Donsol. We sliepen bij het Amor Farm beach resort, wat verder geen verkeerde plek was en het ligt op loopafstand van het visitors centre waar vandaan de boottrips vertrokken. Van de eigenaresse van het resort hoorden we dat het de afgelopen 3 dagen niet gelukt was om een butanding te spotten. We moesten het morgen maar gewoon proberen maar dat er geen garantie is dat we een walvishaai te zien krijgen. Er is verder in de omgeving niets te doen en de meeste toeristen komen dus ook maar voor één ding. We maakten de dag vol door te lezen en naar de zee te staren. Misschien dat we al beweging konden zien.

Op zoek naar de walvishaai

De volgende morgen ging om 6u de wekker, want de meeste kans om een butanding te zien is in de ochtend. Vol enthousiasme dat door het vroege tijdstip nog niet tot uiting kwam, wandelden we naar het visitors centre. We betaalden €10 per persoon, en waren verplicht om eerst in een kamertje een voorlichtingsvideo te bekijken. Allemaal hartstikke interessant, maar nu op naar het echte werk! We werden met nog 5 andere toeristen bij een boot ingedeeld en we vertrokken. Drie van hen hadden gisteren ook al de trip gemaakt, maar zonder resultaat. Voorop de boot stond de spotter. De spotter is een gecertificeerde bioloog, wat inhoudt dat hij zich aan de regels houdt en ervoor zorgt dat de toeristen dat ook doen. Tot zo’n tien jaar hiervoor was deze man een visser geweest die juist op de walvishaai had gejaagd. Maar toen het slaperige vissersdorpje Donsol door kreeg dat er meer geld te verdienen viel met butanding-toerisme dan met het jagen erop, zijn veel van de vissers omgeschoold en hebben ze de harpoen verruilt voor een verrekijker.

Af en toe versnelde de boot of draaide resoluut in een bepaalde richting. Alleen dat was al genoeg voor een verhoogde hartslag, want hebben ze wellicht iets gezien en mochten we het water in? We waren verteld de flippers en snorkels tijdens de hele boottocht in de aanslag te houden, want het kon opeens snel gaan. Walvishaaien lijken zich misschien sloom voort te bewegen, ze zwemmen wel degelijk heel hard en voor je het wist kon hij alweer voorbij zijn. We zouden een seintje krijgen van de spotter als we ons klaar moesten gaan maken. Alle spanning en schijnbewegingen ten spijt, we hadden na 3 uur varen nog niks gezien en begonnen zo langzamerhand onderkoeld te raken doordat het regende en er een harde wind stond. Het kwam de sfeer op de boot allemaal niet ten goede. Uiteindelijk besloot de schipper om ergens bij een onbeduidend stukje kust aan te meren zodat we toch even met onze snorkels het water in konden. Het water was koud, de plankton in overvloed en zodoende het zicht slecht. Iedereen zat al snel weer in de boot. We vertrokken weer naar Donsol, teleurgesteld, doorweekt en klappertandend. Het was bijna middag en dan zou er geen kans meer zijn om de walvishaai te zien. Jolanda en ik hingen tegen elkaar aan terwijl de onderkant van de boot op de golven klapte, en we maakten plannen om dan morgen nog maar een keer te gaan.

De ontmoeting

In de verte zagen we ineens een handvol boten bij elkaar liggen. Nadat de spotter en de schipper kort hadden overlegd ging het gas er vol op en veerde iedereen in de boot op. Al snel kregen we het teken van de spotter dat we ons klaar moesten gaan maken. De kou en teleurstelling had in een paar seconden plaatsgemaakt voor een mix van euforie en enthousiaste spanning. Toen de schipper de motor liet stilvallen en de spotter naar een donkere vlek net onder het wateroppervlak wees, wisten we het zeker: butanding, daar ben je! We zaten klaar op de rand van de boot, flippers aan, duikbril op en snorkel in de mond, maar zagen de walvishaai nergens meer. Tot opeens de spotter zei dat we erin moesten springen. We sprongen erin. We zagen niks vanwege de grote hoeveelheid plankton en staarden in een wazig donker gat onder ons. Met een hartslag die bijna uit mijn oren bonkte ontstond er lichte paniek. Wat nu? Het was niet dat ik me heel erg op mijn gemak voelde als nietig persoon in de open oceaan, wetende wat voor grote wezens er onder me zwommen. Ik keek boven water naar de spotter, die hield zijn hand even in de lucht om te zeggen dat we nog even geduld moesten hebben. Vervolgens maakte hij een gebaar dat we onder water moesten duiken. En op minder dan twee meter komt er heel kalm een witgestippelde walvishaai voorbij zwemmen. Ik probeerde mee te zwemmen maar het was niet bij te houden. We klommen weer aan boord en beseften toen pas wat we hadden meegemaakt. Het duurde slechts een paar seconden, maar het was enorm indrukwekkend. Ik was heel blij dat het toch nog was gelukt. Volgens de spotter was deze walvishaai 12 meter lang. We begrepen aan de hand van de positie van andere boten dat er nog meer walvishaaien moesten rondzwemmen in de omgeving. En nog voordat we opgedroogd waren werden we alweer gesommeerd om op de rand van de boot te gaan zitten. We sprongen er weer in en deze walvishaai kwam rakelings langs Jolanda gezwommen. Ze heeft nu nog altijd de grote openstaande mond met witte lippen op haar netvlies staan. Hij kwam zo dichtbij dat ze haar hand in z’n mond had kunnen stoppen.

Ook een derde walvishaai kwam zo dichtbij dat ik mijn best moest doen om niet zijn staart te raken. Het is een onwerkelijk gezicht als je aan het wateroppervlak dobbert en er één meter onder je een walvis zo groot als een bus voorbij trekt. Eerst de brede kop, dan een lichaam waar geen eind aan lijkt te komen en dan komt de verticale staart nog voorbij gezwiept. Een enorm gevaarte dat heel statig door het water beweegt.

Na drie verschillende ontmoetingen was het tijd om terug te keren, en eerlijk gezegd waren we ook behoorlijk uitgeput geraakt. De ruige open zee en het intensieve geflipper hadden ons flink afgemat. Maar het was goed zo. Wat een onvergetelijke ervaring, die ik met niks anders kan vergelijken. Het zien van een zeldzaam wild dier is al bijzonder genoeg, maar er ook op aanraak-afstand mee mogen snorkelen is nog net wat specialer.

Na een kwartier varen kwamen we weer aan wal en iedereen die deze ochtend op het water had gezeten, had een lach van oor tot oor en de grootste verhalen. Het was gelukt om een butanding te zien, één van mijn mooiste reiservaringen ooit! Het leek tot kort voor het einde op een teleurstelling uit te lopen, maar uiteindelijk keerde ons geluk en kwam er een droom in vervulling. Nog steeds beduusd, zaten we een half uur later aan de lunch. We hadden een ochtend beleefd die niet makkelijk te overtreffen valt. De volgende dag vertrokken we weer uit Donsol, want ook wij kwamen maar voor één ding.

Butandings oftewel walvishaaien in Donsol - Filipijnen

Voordat we op onze wereldreis gingen hebben we ook al mooie reizen gemaakt. Hier hebben we soms ook een bericht over geschreven. Het bovenstaande bericht komt van een eerdere reis. 

Geef een reactie

Your email address will not be published.