Ons eigen landhuis – Hattotji

Om niet enkel in grote neonverlichte steden rond te lopen en ook een andere kant van Japan te zien, zijn we een aantal dagen het platteland op gegaan. We hadden hiervoor Hattotji uitgekozen, en alleen het feit dat er geen treinrails doorheen loopt geeft al aan dat dit wel erg buiten de gebaande paden moet zijn. We vonden hier het Japanse plattelandsleven waar we op gehoopt hadden.

Met de trein reden we naar Yoshinaga. Vanaf het treinstation gaat er zes keer per dag een bus naar Hattotji. We hadden nog een uur voordat de bus van 13:00 vertrok en we lunchten bij het enige ‘restaurant’ in het dorp. De enige andere gasten waren allen boven de tachtig maar stonden snel hun plaats af toen wij binnen kwamen. 

Ik begon me even zorgen te maken toen we om twee voor één nog steeds de enigen waren op een verder verlaten stationsplein, maar Japan zou Japan niet zijn als niet keurig om één voor één de bus komt voorrijden die daarna stipt om 13:00 vertrekt. Punctualiteit is ook op het platteland de standaard.

We slingeren de bergen in en arriveren na een half uur in Hattotji. Er is geen levende ziel op straat te bekennen, er staan hier en daar wat huizen, maar gelukkig zien we ook het bordje naar de International Villa. Als we er naartoe lopen blijken alle deuren open te zijn maar er is verder niemand te ontdekken. We lopen een rondje door het grote landhuis dat volledig met tatamimatten is bedekt en alle zeven de kamers zijn middels traditionele papieren deuren van elkaar af te scheiden. Het is een prachtig huis, met keuken en badkamer met traditioneel Japans bad. Een bad dat gemaakt is om in te zitten in plaats van liggen. Efficiënter in geval van ruimtegebrek.

We besluiten onze tassen neer te zetten en een rondje door de buurt te lopen. Ook hier zijn de herfstkleuren van de bomen weer volop te bewonderen. Het gehucht ligt er prachtig bij en we maken een wandeling door de omringende bossen. Rond 16:00 gaan we terug om op te warmen en op het moment dat we hebben uitgevonden hoe de kachel werkt en we aan een warme kop koffie zitten komt er een oude vrouw binnen. Muruo san is de beheerder van dit huis en checkt ons in. Ze neemt ons mee door het huis, vertelt waar de futons, de lakens en de yukata’s liggen en vertrekt weer. We hebben het hele huis voor onszelf want er komen verder geen gasten meer.

We gaan eerst in het Japanse bad voordat we in onze yukata aan het eten beginnen. We hebben zelf ingrediënten meegenomen want er is hier in geen velden of wegen een restaurant of winkel te vinden. We maken een noedelsoep met kool, paddestoelen, peen, zeewier en rettich on the side.

We kiezen een mooie ruimte uit om vannacht te slapen en schuiven de deuren dicht zodat de warmte binnenblijft. Het is buiten inmiddels volledig donker geworden en we lopen alle deuren in het huis na. We komen erachter dat niks op slot kan en dat alle schuifpuien rondom het huis onbeperkt open en dicht te schuiven zijn. Ach, het is Japan en bovendien het platteland dus echt zorgen maken we ons er niet om. Voor het slapen gaan kijken we Lost in Translation, voor de zoveelste keer maar waar kan je deze geniale film beter bekijken dan in Japan.

De volgende ochtend ontbijten we met geroosterd brood en pindakaasjam. Tja, soms vind je iets waarvan je hoopt dat het op het bekende lijkt, maar tot nu toe is het dat nog nooit geweest.

We nemen de bus van 9:13 terug naar Yoshinaga en zijn niet veel later in het wereldse Kobe, waar de dure winkels en talloze restaurants elkaar weer verdringen en Hattotji opeens weer een hele andere wereld lijkt. Maar het was een te gekke ervaring om een eigen traditioneel huis te hebben en het anders zo moderne Japan eens van een andere kant te kunnen bekijken.

Geef een reactie

Your email address will not be published.