Reizen met de familie

Al voordat we in juli van het afgelopen jaar vertrokken, hadden mijn ouders voor de kerstvakantie twee weken Sri Lanka geboekt. Althans, alleen de vliegtickets want de invulling zouden we er zelf wel aan geven. In de weken voorafgaand aan de kerstvakantie werden via email de plannen gemaakt en de daarbij behorende hotels gereserveerd.

Na een aantal koude maanden te hebben beleefd werd het half december en vlogen we van Tokio naar Colombo. Een aantal dagen later haalden we mijn ouders op van het vliegveld en was er na ruim vijf maanden een weerzien. Het was een bijzonder moment om zo ver van huis elkaar weer te treffen en te beginnen aan een reis door een voor ons allen onbekend land. 

In de paar dagen dat wij al in Sri Lanka waren hadden we al snel ontdekt dat reizen met z’n vieren per lokale bus niet het meest aangename was. Er is in Sri Lankaanse bussen geen bagageruimte aanwezig en de tassen worden in de buurt van de chauffeur gelegd waar er een heel klein beetje ruimte is. Twee backpacks lukt nog wel, maar vier zou te veel van het goede zijn en helemaal als er ook nog bagage van andere passagiers is. Bovendien lijken de bussen altijd vol, en dan niet tot de laatste stoel maar tot het laatste gaatje waar je mogelijk nog zou kunnen staan. Leuk voor een half uur, maar dan is het avontuur er wel vanaf.

Gelukkig is het in Sri Lanka heel gebruikelijk om een chauffeur te huren. Veel toeristen huren voor hun hele verblijf een auto met chauffeur. In Sri Lanka is dit een heel betaalbare optie. Wij voelden er niet veel voor om fulltime een chauffeur te hebben maar ook het huren van een minibus om je van A naar B te laten rijden is een betaalbare luxe die je een hoop geregel en gesleep met je tassen bespaart. Gemiddeld waren we voor een taxirit van 250 km (5 uur) zo’n zestig euro kwijt. Uiteraard een stuk duurder dan met het openbaar vervoer, maar je wordt voor de deur opgehaald en voor de deur weer afgezet. Als je de prijs door vier personen deelt valt het best mee en je zit met z’n vieren heel erg ruim in de minibus. Het reizen op deze manier heeft heel erg bijgedragen aan een ontspannen vakantie en is ook echt aan te raden als je met een groepje reist.

Accommodatie is in Sri Lanka niet heel goedkoop vergeleken met de rest van de prijzen in het land. Jolanda en ik konden voor onszelf nog wel kamers vinden vanaf 9 euro maar dat zijn dan geen plekken waar je je ouders in wilt laten slapen als die op vakantie zijn. Vanwege de kerstperiode was er veel van te voren al volgeboekt maar uiteindelijk hebben we hele mooie accommodaties gevonden. Op alle plekken hadden we een familiekamer dat het samenzijn een stuk leuker maakte. Op boekingsites, of zelfs op hun eigen website staat er vaak niks vermeld over een familiekamer maar als je er via de email naar vraagt blijkt er in veel gevallen wel zo’n kamer aanwezig te zijn.

 Het bijzondere aan Sri Lanka is de variatie in een heel compact land. De afstanden zijn relatief kort (we reden maximaal zes uur naar de volgende bestemming) maar je arriveert wel steeds in een totaal andere omgeving. Wij begonnen de vakantie aan de kust van Mirissa, in het zuiden van het land. Dit is een prachtig strand en ideaal om bij te komen na een lange vlucht en te wennen aan de nieuwe cultuur. Vervolgens gingen we per taxi naar Ella wat een oud bergstation is en dat nu aan alle kanten omringd is door theeplantages. We bezochten nabij het plaatsje Haputhale de theefabriek van Dambatenna waar je een rondleiding door de nog werkende fabriek kan krijgen. Ella zelf is een ontspannen stadje met een aantal leuke restaurantjes en er kunnen een aantal mooie wandelingen in de directe omgeving worden gemaakt. Vanuit Ella namen we de trein die via één van ’s werelds mooiste treinroutes naar Kandy leidde. De trein, eigenlijk altijd de leukste manier van reizen, hobbelt comfortabel over bergrichels met schitterende uitzichten over theeplantages, langs watervallen, over eenvoudige bruggen en langs primitieve dorpjes. Het is een hoogtepunt dat eigenlijk iedereen op z’n to do lijstje hoort te hebben staan als je naar Sri Lanka komt.

Kandy als stad viel mij wat tegen. Iets met de sfeer of het gebrek eraan. De Tempel van de Tand is mooi om te bezoeken, helemaal als het een speciale feestdag is en er grote getale mensen hun offers komen brengen. In de directe omgeving van de stad zijn de olifantenopvang van Pinnarawela  (zie ook het eerdere bericht hierover)en de botanische tuin te vinden. Met 1100 rupees is de tuin niet goedkoop, maar het is één van de mooiste en meest interessante tuinen die we in de wereld hebben gezien. Als het even kan bezoeken we altijd wel een botanische tuin, we hebben er inmiddels vele gezien, maar deze was echt mooi. Absoluut geen aangeharkt parkje met treurig verdroogde planten en struiken. Tegen de avond werden we bovendien getrakteerd op honderden vliegende honden die een plekje voor de nacht zochten. Ook waren er genoeg apen, maar daar kijk je in Sri Lanka nauwelijks meer van op. Net voor de uitgang stonden de kruidenbomen als kaneel, kruidnagel en nootmuskaat.

De volgende bestemming was in de buurt van de historische stad Polonnaruwa. Hier sliepen we aan de rand van de rijstvelden. Vanaf de veranda konden we de korrels plukken. Een prachtige locatie en een goede uitvalsbasis voor het verkennen van Polonnaruwa, dat op het historische gedeelte na weinig te bieden heeft. Dit historische gedeelte bevat talloze eeuwenoude ruïnes van de tijd dat dit nog de hoofdstad was. Mooi, maar vaak zijn de fundamenten nog het enige wat overeind staat. Imposant moet het vroeger zijn geweest.

Onderweg naar Colombo, onze laatste bestemming, maakten we een tussenstop bij Sigiriya, een historische stad op de top van een berg gelegen. Het is een hele klim omhoog, waarbij je indrukwekkende muurschilderingen tegenkomt en uiteindelijk op de ruïnes van, wat wordt aangenomen, een oud klooster is geweest. Eenmaal in Colombo aangekomen hadden we nog één volle dag om de stad te verkennen. De meest levendige en authentieke buurt is Pettah. Nauwe straatjes worden gebruikt voor fanatieke handelsvoering en het is goed uitkijken voor de handkarren die goederen vervoeren. Midden in dit gedruis staat een rustige oase die het Nederlands museum is. In een statig huis staat het meubilair van de Hollandse gouverneurs en is er een kamer met tientallen grafstenen van hier in Sri Lanka gestorven landgenoten. Een interessant museum en een mooie uitvlucht van de hectische en oververhitte straten. De wijk Fort herbergt nog meer Nederlandse historie, waaronder het ziekenhuis dat tegenwoordig dienst doet als onderdak voor dure cafés en boutiques. Ook is het reusachtige pand van Cargills een hoogtepunt van de wijk.

En zo kwam er een eind aan het rondje door Sri Lanka. Voor wie twijfelt aan een soortgelijke reis door dit land met de familie is er eigenlijk maar één advies: doen! Het is in vele opzichten een ideaal land, of dat nou de variatie van de exotische natuur of bezienswaardigheden is, de lekkere stranden, het goede eten, de betaalbaarheid, de vriendelijke bevolking of het feit dat je overal apen ziet is, het is allemaal positief. Niks negatiefs? Nou ja, we zijn er niet zonder muggenbulten vanaf gekomen en wie van een lekker glas wijn houdt gaat dat hier ook moeilijk vinden, maar anders dan dat valt er weinig op aan te merken.

Het is een memorabel moment in onze lange reis geworden. Gewend om alles met z’n tweeën te delen, was het nu heel speciaal om zo veel bijzondere ervaringen ook met m’n ouders te delen, in een land waar zij een jaar geleden nooit van hadden gedacht er ooit te komen.

 

Geef een reactie

Your email address will not be published.