Salento – Koffie, palmen en nog meer koffie

Salento koffieSalento is de ideale backpackersbestemming. Het is er klein en overzichtelijk, uitstapjes zijn er makkelijk te maken en er is goede koffie! Alleen dat laatste was al reden genoeg voor ons om er naartoe te reizen. 

Online hadden we op andere reisblogs de foto’s van prachtige gekleurde huizen gezien waarlangs dan een eenzame opa slenterde. Het enige geluid op het centrale plein leek van de wuivende palmen te komen, de bankjes leken er neergezet om voor je uit te staren en de keuze te maken of je nog een kopje koffie ging halen of dat je toch voor de verse mango met limoen en een beetje zout ging. Dat zagen we wel een paar dagen zitten, stilte is in Zuid Amerika namelijk een schaars moment.

We draaiden de laatste paar bochten met de bus voordat we het dorpje binnenreden. Opeens leken we de Tilburgse kermis op te zijn gekomen, verkeersregelaars dirigeerden de auto’s door de smalle straatjes, we hoorden in de verte boxen op vol volume muziek de lucht in blazen en iedereen met een klein beetje ruimte naast z’n huis verhuurde dit als parkeerplaats. We bleken in dé feestweek van het jaar aan te zijn gekomen, Salento bestond dit jaar 174 jaar. Onze eerste keus had dus ook geen slaapplaats voor ons. De tweede, La Floresta, had nog één optie. Een tentje in de tuin. Nu vinden we kamperen best leuk en La Floresta is een mooie stek dus we besloten het ons niet moeilijker te maken en de tent te nemen voor het niet lage bedrag van 18 euro. Er zijn hangmatten die over het dorp uitkijken en schone badkamers. We zijn snel tevreden.

We werden getipt om te lunchen bij Rincon de Lucy. Voor 6000 peso’s, iets meer dan twee euro, krijg je een lekkere en vullende maaltijd waarbij je de keus hebt tussen forel, worst of kip. Elke lunch hebben we hier gegeten want de almuerzo (lunch) hebben we niet vaak beter gehad.
Rincon de Lucy

Almuerzo bij Rincon de Lucy

De straten waren vol met Colombiaanse toeristen en het plein was bedekt met bars, restaurants, kraampjes en een podium. Niks leek op de foto’s die we ervan hadden gezien, maar het had ook wel weer iets leuks om de Colombianen zo massaal vakantie te zien vieren. We hadden inmiddels uitgevonden dat de laatste week van het jaar tot aan 15 januari de zomervakantie van de Colombianen is en met een inmiddels grote middenklasse wordt dit gevierd ook.
Salento

Alleen vroeg in de ochtend waren de straten nog rustig.

De nacht kwam. Dat ik met m’n 1,93m van hoofd tot voeten tegen het tentdoek lag was niet eens zo erg. Vervelender was het alsof het leek dat onze tent op het dorpsplein stond, zo ongeveer anderhalve meter van de speakers. Vreemd, want het hostel prees zichzelf juist dat het wat buiten het dorpje lag, wat ook zo was. Het was hemelsbreed zeker vijfhonderd meter maar wel over een open stuk. Toen we om half vier door alle Latijns Amerikaanse knallers heen waren en de dj nog even een airhorn door de microfoon liet horen vonden ze het zelf ook mooi geweest. We lagen nog in diepe slaap toen we voor zevenen alweer wakker werden van allerlei mensen in andere tenten die weet-ik-veel-waarom alweer lawaai moesten maken. Aangezien de tenten midden tussen de gemeenschappelijke ruimtes, waaronder de keuken, stonden, was de kans op verdere slaap wel verkeken. We gingen eruit met een missie: een ander hostel zoeken. We kwamen uiteindelijk terecht bij La Casona waar we weer een tent (groter dan bij La Floresta) vonden voor slechts 7 euro per nacht. De sfeer was hier ook wat leuker en de tenten stonden rustig achter het gebouw met uitzicht over de heuvels. We liepen terug naar La Floresta, pakten onze tassen en checkten uit. In hun boek stond dat we vier nachten zouden blijven dus kregen we de vraag waarom we toch nu al weggingen. We hebben maar mijn lengte en het te kleine tentje de schuld gegeven, wat met een begrijpend gezicht ontvangen werd.
Uitzicht vanaf het kampeergedeelte van La Casona

Uitzicht vanaf het kampeergedeelte van ons hostel La Casona

We hadden dus slecht geslapen maar waren tevreden over de nieuwe slaapplek en alles wat we nu nog nodig hadden was een goede bak koffie. En met de plantages in de directe omgeving is het geen probleem om dat te vinden. Nu zou je denken dat er overal stevige zwarte bakken worden geschonken, maar helaas gaat nagenoeg alles van de Colombiaanse productie naar het buitenland en is daardoor ook voor Colombianen zelf goede koffie erg duur. We verbazen ons regelmatig dat we in koffielanden evengoed nog aan de Nescafé zitten. Het schijnt dat Nescafé de laagste klasse, met schimmel, van de koffiebonen opkoopt en daar dus nog iets van wat moet doorgaan als koffie van weet te maken. Maar bij de echte koffiewinkels hebben ze de lokale Arabicabonen in huis en kun je er gerust op zijn dat de koffie naar koffie smaakt. Meerdere keren per dag sprongen we zo’n tentje in voor een espresso, tinto, café con leche of een granizado.

Als je wilt zien waar je koffie vandaan komt en hoe het van de struik uiteindelijk tot een zwart vloeibaar goedje wordt gemaakt kun je bij verschillende finca’s een toer doen. Er liggen er meerdere op loopafstand van Salento en wij kozen voor een rondleiding bij Don Elias. Het is een uurtje lopen naar zijn bescheiden ecologische plantage van vier hectare. In het Engels kregen we het reilen en zeilen op een koffieplantage uitgelegd. Hoe de bananenbomen voor schaduw en compost zorgen, hoe de ananasstruiken met hun zoete vruchten de insecten maar zich toe moeten lokken, hoe het groeiproces verloopt en vervolgens het ontschillen, drogen, branden en malen. Uiteraard werd er afgesloten met een eigen kop koffie.
Een finca met z'n koffieveld op de achtergrond

Een finca met z’n koffieveld op de achtergrond

 

Koffiebonen

Koffiebonen aan een struik.

 

Koffieschillen

Onze gids gooit de geplukte koffiebonen in de ‘ontschilmachine’.

Een andere en makkelijk te organiseren uitstap is een bezoek aan het gebied La Cocora. Met een zogenaamde Willy, een 4×4, en met meer mensen dan je denkt dat er in de auto passen word je voor een euro 20 minuten buiten het dorp gebracht. Jolanda en ik stonden met de wind in onze haren achterop de Jeep en hadden zo schitterend uitzicht op de vallei die we in reden. De Willy’s zetten je af en dan kun je een rondje van ongeveer tien kilometer lopen door de jungle en door het open stuk dat het wax palmenbos wordt genoemd. Een wax palm is Colombia’s officiële nationale boom en tevens met een maximale lengte van zestig meter de hoogste palm ter wereld.

Wax palmen La Cocora

De wax palmen van La Cocora.

 

Wax palmen Cocora

De wax palmen van La Cocora.

 

Willys van Salento

De kleurrijke Willy’s van Salento.

 

Oké, nog één keer terug naar de koffie. We hoorden namelijk dat de eigenaar van het restaurant La Eliana koffieklasjes organiseert. Met een ander stel dat we bij de rondleiding op de koffieplantage hadden ontmoet gingen we naar La Eliana. We ontmoetten de Spaanse eigenaar Jésus die ons helaas moest mededelen dat de klasjes nu in het hoogseizoen niet gehouden werden vanwege de drukte. Echter, zijn enorme liefde voor koffie overtrof z’n zakelijke verstand en hij begon ons te vertellen over z’n passie. We hadden al zeker een half uur over koffie staan praten toen we wel weer aan een kop toe waren. Het leek Jésus leuk om dezelfde koffie, een normaal gebrande Arabica, op drie verschillende manieren voor ons te bereiden. De eerste was met behulp van de cafetiere. Dit was ook de manier waarop we het laatste jaar voor vertrek van onze reis de koffie hadden gemaakt. De koffie gaat onderin de glazen pot, heet water gaat erbij en met de deksel erop laat je het twee tot vijf minuten staan, al naargelang hoe sterk je het wilt hebben. Dan druk je de filter langzaam naar beneden en houd je de  koffie zonder prut over. De koffie smaakte vol en romig.

De tweede ronde werd gezet in een Bialetti, het Italiaanse kannetje dat in z’n geheel op het vuur gaat. Water gaat in het onderste gedeelte, koffie in het middelste en doordat het water gaat koken en als stoom door de gemalen koffie wordt gedrukt, komt de drinkbare koffie uiteindelijk in het bovenste gedeelte terecht. De koffie smaakte wat lichter en frisser.

Als laatste mochten we een koffie kiezen die hij met z’n professionele machine ging zetten. Ik koos voor een espresso, Jolanda voor een cappuccino. Jésus bracht ondertussen al zijn kennis op ons over en leergierig sloegen we alles op. Zo weten we nu dat je ’s avonds beter een espresso dan een gewone koffie kan drinken omdat er minder cafeïne in zit en dat je nooit decaf zou moeten willen drinken omdat de bonen met bleekmiddel van de cafeïne ontdaan worden. Tevens verdwijnen bij dit proces de geur en de smaak en dan wordt dit er later kunstmatig weer aan toegevoegd.

Uiteindelijk is Jésus anderhalf uur met ons bezig geweest. Hij vertelde dat hij nu toch echt weer aan de slag moest en hij zou ons zo zonder te betalen de deur uit laten gaan. Het was echter inmiddels etenstijd geworden en om hem te bedanken bleven we dan ook maar in z’n restaurant eten. Toen we de rekening kregen stond dan ook enkel het eten erop maar niks van de koffiesessie. Dat was zijn gift, zijn passie die hij graag met ons wilde delen, zei hij. Maar mocht je hier dus in het laagseizoen zijn, dan is een klasje (die tussen de twee en vijf uur kan duren) enorm aan te raden. Zelfs voor de niet-koffiedrinkers.
Colombiaanse jongen

Op één van onze wandelingen rondom Salento kwamen we deze jongen voor zijn huis tegen.

 

Salento

Mooi onderhouden balkons in Salento.