Wat ooit de Aral Zee was

Katoenplantages zorgen voor mooie kleren maar betekenen in het geval van Moynaq en de hele Aral Zee zowel een economische als ecologische ramp. In de jaren zestig van de vorige eeuw besloten de USSR om de katoenindustrie in de regio van Kazachstan, Oezbekistan en Turkmenistan uit te breiden. Handig, zo in de buurt van een grote watervoorraad want als katoenstruiken één ding nodig hebben is het water. Maar wat niemand had verwacht van een meer dat de op drie na grootste ter wereld was gebeurde toch, de katoenplantages zogen beetje bij beetje het meer leeg. Grote vissersplaatsen als Aralsk ( in Kazachstan) en Moynaq (in Oezbekistan) zagen de zee zich net zo lang terugtrekken totdat de vissersboten droog kwamen te liggen. 

Vanuit Nukus maken we een dagtrip naar Moynaq. Er zit een moeder met baby aan de andere kant van het gangpad. Als het ontbijttijd is voor de kleine haalt de moeder haar borst te voorschijn. Ze heeft een hoofddoek op en is in een lange jurk gekleed maar in een volle bus je borst eruit halen mag dan kennelijk weer wel.

Na 1u40 rijden we Khongrad binnen. Bij de bazaar komen er verkopers de bus in met samsas en flesjes drinken. De weg na Khongrad is een stuk smaller, nog leger en lijkt naar het einde van de wereld te leiden. Wel is de natuur hier in oktober volop in alle uiteenlopende herfstkleuren te bewonderen. Er komt een geit in de bus, het leek eerst nog dat hij dood was toen hij langs de kant van de weg lag, maar z’n poten zijn slechts bij elkaar gebonden. Zo af en toe laat de geit even horen dat ie er nog is door de bus door te blèren.

Moynaq is één van de meest depressieve dorpen die ik ooit gezien heb. Het ligt tientallen kilometers verwijderd van een beetje beschaving en vroeger stelde het nog wat voor toen de visserij hier de boel draaiende hield. Sinds de Aral Zee echter begon leeg te lopen zijn er tienduizend mensen zonder baan komen te zitten en zodoende liggen de schepen hier nu machteloos op het droge, te wachten tot ze volledig weggeroest zijn. Het is een treurig gezicht. Bij binnenkomst van het dorp staat een plaatsnaambord met een vrolijke vis erop. Het herinnert slechts aan een dorp dat het ooit was. De zee ligt nu op zo’n 170 km van Moynaq.

Waar het dorp ophoudt en de zandvlakte, de bodem van het meer, begint, liggen de boten. Het landschap oogt als een woestijn en de combinatie met boten is een vreemde. Het is een surreëel maar enorm indrukwekkend gezicht. We lopen een uur om en op de boten en krijten onze naam op de zijkant van één van hen. Dan is het tijd om terug naar het busstation te lopen want er gaat één bus heen en om drie uur in de middag weer één bus terug naar Nukus. Als je die mist kost je dat óf een dure taxi óf een lange nacht.

De bus puilt uit als we vertrekken en hoewel we kunnen zitten heb ik constant een hand in mijn nek. Een oudere heer waar ik nog niet eerder oogcontact mee heb gehad loopt tijdens het uitstappen langs en geeft me een ferme handdruk met een vriendelijke blik en goedkeurende knik. Alsof hij daarmee wil bedanken voor onze komst naar dit deel van het land. Handen geven ligt hier heel erg in de cultuur en op zich is dat een prettige en respectvolle manier van begroeten maar vaak hebben de handen alleen maar de waarde van een hand van de taxi chauffeur en die heeft op zijn beurt slechts respect voor je portemonnee. Maar de hand van deze man was zo oprecht als dat het kan zijn en dat is mooi om mee te maken.

Als de duisternis valt komen we weer terug bij de bazaar van Nukus. Het was een lange dag maar misschien wel de allerleukste in Oezbekistan omdat het alles had wat we zo mooi aan reizen vinden: De hele dag tussen lokale mensen in een uithoek van een land, uitzoeken welke bussen we moeten nemen en waarvandaan die vertrekken en iets zien wat grote indruk maakt. En dan uiteindelijk het gevoel dat alles is gelukt zoals we hadden gehoopt.

Reisinfo zoals die in oktober 2013 gold:
Er gaat één bus om 9 u vanaf staryghod bazaar ( en dus niet vanaf de southern busstation zoals sommigen je ook wijsmaken) naar Moynaq. Vanaf de grote bazaar in Nukus brengt minibus 5 je voor 500 som naar de staryghod bazaar.
De rit Nukus – Moynaq kost 9000 som en duurt iets meer dan drie uur.
Om 15:00 vertrekt dezelfde bus weer terug naar Nukus.
Het is zo’n 45 min lopen vanaf het busstation in Moynaq naar de boten.

Geef een reactie

Your email address will not be published.